Dag 14 - Zaterdag, 11 december 1999

Overlevingsregel nummer 2 voor automobilisten: Volg in geval van twijfel de weg die een kleur heeft die het meest lijkt op de kleur van de weg waar je op dat moment op rijdt. Werkt altijd. Op weg naar de Bahía de Cochinos kom ik terecht in een armoedige barrio van Cienfuegos, ten noorden van de stad. Overlevingsregel nummer 3 voor automobilisten: Mocht je verdwalen, aarzel dan niet om een Cubaan om aanwijzingen te vragen. Welke Cubaan dan ook. Werkt altijd. Mijn redder leidt me de hele weg terug naar het kruispunt waar ik rechtsaf had moeten slaan en dan voorbij een rotonde, tot het punt waar het verder rechtuit rijden is (door een weinig boeiend landschap) naar de Autopista Nacional.

Overal in Cuba staan mensen te liften, zelfs langs de Autopista. Niet dat ze zelfmoordneigingen hebben of zo; er is zo weinig verkeer dat je kilometers kan rijden zonder een andere auto te zien. Een vrouw stapt in als ik haar uitgelegd heb dat ik op weg ben naar Playa Larga. Ze vertelt me dat ze naar Australia moet...

Kan iemand me uitleggen waarom Cubanen - als ze merken dat je een beetje Spaans spreekt en nog iets meer verstaat - tegen je beginnen te praten in hun normale, snelle tempo en dan de woorden gebruiken die ze normaal ook gebruiken? Alsjeblieft, lieve mensen, ik ben echt geïnteresseerd in jullie verhalen en ik begrijp dat jullie misschien geen enkel Engels woord verstaan en ik probeer met jullie Spaans te spreken, maar zou je tenminste kunnen proberen om tegen mij más despacio, por favor te praten en begrijpen dat ik misschien niet de betekenis ken van een heel simpel woordje? Dank jullie wel. Als tegenprestatie zal ik dit jaar een cursus Spaans volgen ;)

Hoe dan ook begrijp ik nog wel iets van wat ze me vertelt. Zoals de meeste mensen die ik heb meegenomen in de auto is ze echt verbaasd dat ik in mijn eentje door Cuba reis. Blijkbaar is dit een verschijnsel dat de Cubanen maar met moeite kunnen begrijpen. Wat kan ik daar nou op zeggen? Een man moet doen wat een man moet doen :) en het was een droom van mij om een bezoek te brengen aan Cuba, waarbij ik de Varkensbaai absoluut moest zien, en om te proberen de mensen te leren kennen, hun manier van doen en de situatie waarin ze leven. Dat is het eigenlijk.

De wereld is maar klein. We slaan linksaf op de kruising van de Autopista met de weg die naar de Varkensbaai leidt en rijden al gauw 'Central Australia' binnen. Geen kangoeroe te zien, overigens; het is de naam van een dorpje dat genoemd is naar de suikerfabriek die in de buurt staat. De vrouw stapt uit, bedankt me en wenst me een prettig verblijf.

Ansichtkaart...Een paar honderd meter verder stop ik en een plaatselijke jinetera stapt in. (Misschien vraag je je af hoe ik dat zo weet...als je veertien dagen in Cuba bent geweest zoals ik op dit moment, dan weet je dat echt wel, geloof me.) We praten over de gebruikelijke dingen, maar wanneer het haar duidelijk wordt dat ze aan mij niet veel zal verdienen is ze niet meer zo geïnteresseerd. Toch krijg ik haar weer aan het lachen als we het dorpje Playa Larga binnenrijden. Aan de rechterkant van de weg staat een groot bord met daarop afgebeeld de faciliteiten van Hotel Playa Larga. De pijl die aangeeft in welke richting je moet rijden wijst naar rechts, dus daar wil ik naartoe, maar mijn passagier weet me te overtuigen dat het hotel toch echt naar links is. Mijn Es Cuba, ¿no? is een opmerking die droog genoeg is om haar in de lach te laten schieten. Ik maak mijn verontschuldigingen voor de opmerking die ik zojuist gemaakt heb en ze stapt uit voor de bewaakte ingang van het hotel.

Caleta boomZijn mooiste moment #4. Het strand is lang zo slecht niet als ik had verwacht op grond van mijn LP gids. Ik loop naar de plaats waar een deel van de invasiemacht landde op 17 april 1961. Ik haal mijn exemplaar van Poesía Completa uit mijn rugzak. Een gevoel van gelukzaligheid treedt in; zittend in de schaduw van een caleta boom aan de oever van de Bahía de Cochinos lees ik gedichten van José Martí.