Dag 10 - Dinsdag, 7 december 1999

Voor de verandering ben ik eens blij verrast om te zien dat mijn auto een ongevraagde wasbeurt heeft gekregen, gezien mijn omzwervingen van gisteravond. Ik vertrek naar Santa Clara, dat 90 kilometer verderop ligt aan de Carretera Central. Zou een makkie moeten zijn.

FamiliegrafIk stop om een kijkje te nemen bij een kerkhof. Een paar mannen zijn daar aan het werk om de plek netjes en schoon te houden. Als ik in dit soort plaatsen rondloop krijg ik altijd het gevoel dat sommige graven gemaakt zijn om die van de 'buren' te overtreffen. Nogal grappig in een land waar alle mensen gelijk zijn.

Kamer met uitzichtHeuvels en mooie uitzichten. Meer heuvels en nog mooiere uitzichten. Ik kan dit stuk van de Carretera Central aanbevelen bij iedereen die in Cuba rondrijdt. De weg zelf is ook niet slecht. Ver voor de middag kom ik aan bij het eveneens aan te bevelen Hotel Los Caneyes, waardoor ik de bezienswaardigheden in Che city in één dag kan zien en morgen weer verder kan. Zelfs als ik eerst de smeerboel moet schoonmaken die veroorzaakt is door een opengesprongen fles shampoo...

Che PlazaZijn mooiste moment #3. In tegenstelling tot wat ik normaal doe besluit ik om niet lopend de stad in te gaan, maar om met de auto te gaan. Zelfs zonder dat de richting van het eenrichtingsverkeer is aangegeven heeft het kaartje in mijn LP gids nog genoeg details om me zeker van mijn zaak te laten zijn en zodra ik over het immense Plaza de la Revolución rijd komt de eerste aanvalsgolf van ritselaars-op-fietsen op me af. Ik kan nauwelijks beschrijven wat voor kick ik krijg als ik er iedere keer weer in slaag om het joch dat me achtervolgt te slim af te zijn, terwijl ik toch op koers blijf op weg naar het treinmonument. Ik moet toegeven dat hij wel vasthoudend is...en begrijp me niet verkeerd: ik kan het waarderen dat ze hun diensten proberen aan te bieden, maar als ik er geen behoefte aan heb is het voor mij alleen maar irritant.

OntspoorapparaatDe permanente politiebewaking bij het Monumento a la Toma del Tren Blindado zorgt ervoor dat ik de auto kan parkeren en me er verder geen zorgen om hoef te maken. Ik probeer me voor te stellen wat er gebeurde op het moment dat de trein ontspoorde...de overval is best een prestatie geweest als je bedenkt dat Guevara met zijn 18 strijdmakkers tegenover 400 man van de regeringstroepen stond. Ik duik weer in het stadsverkeer rond Parque Vidal om een bezoek te gaan brengen aan de andere attractie die Santa Clara te bieden heeft. Zoals ik verwachtte is er in het Museo Histórico de la Revolución een groot exemplaar van de beroemde foto te zien die meehielp aan het ontstaan van de landelijke Che-rage in Nederland in 1968 (van horen zeggen; ik ben in dat jaar geboren :). Zelfs de baret en het jasje dat hij draagt zijn tentoongesteld. Een groep Italiaanse toeristen komt het museum binnen en ik loop naar het mausoleum waar Guevara zijn laatste rustplaats heeft gevonden.

Ik vraag me af wat dokter Guevara gevoeld zou hebben als hij Antonio zijn verhaal had horen vertellen. Antonio, in de veertig, afgestudeerd aan een universiteit, had een aantal jaren als leraar gewerkt toen hij op een dag te horen kreeg dat er niet langer behoefte was aan zijn diensten, omdat de omstandigheden veranderd waren. Om toch in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, had hij geen andere keus dan om een baan ver onder zijn niveau te accepteren. Vandaag de dag lijdt hij aan een maagzweer die hem veel pijn veroorzaakt iedere keer als hij iets eet. Als gevolg daarvan zit hij 10 kilo onder zijn normale gewicht. Hij krijgt niet de medicijnen die hij nodig heeft en kan ze zelf niet kopen omdat hij daarvoor eenvoudigweg niet genoeg verdient. Er is maar één manier waarop hij behandeld zal worden en dat is als de maagzweer doorbreekt en er een levensbedreigende situatie ontstaat. Socialismo o muerte.