Dag 9 - Maandag, 6 december 1999

¿Tienes novia?, vraagt Diana met een ondeugende blik in haar ogen. Ik denk dat het kwam door het enthousiasme waarmee ze había la botella dat ik stopte. Je moet weten dat ik tot vandaag mensen steeds een lift heb aangeboden wanneer ik dat veilig en gepast vond. Oude mensen, een vrouw die een tas met boodschappen bij zich heeft. Een moeder en haar kind - tien tegen één dat ze op weg zijn naar een ziekenhuis. Maar ik heb meisjes die in hun eentje langs de kant van de weg stonden nooit meegenomen, omwille van hun reputatie, die van mij, en die van mannelijke toeristen die in auto's rondrijden in het algemeen...

In ieder geval is het deze met haar witte kleren gelukt om mij over te halen. Zij en nog een meisje stappen in en gedurende de eerste paar kilometers praten we heel weinig. Op een gegeven moment wint hun nieuwsgierigheid het toch van hun verlegenheid en ze beginnen vragen te stellen, zoals uit welk land ik kom, hoe lang ik al in Cuba ben, of ik het hier naar mijn zin heb. Het andere meisje stapt uit bij een landbouwschool en Diana en ik rijden door naar Trinidad. Diana vertelt me dat ze twee jaar lang computerwetenschappen studeerde toen ze zakte voor een examen en daardoor moest stoppen met haar studie. Nu volgt ze een hotelopleiding en werkt ze twee dagen in de week als serveerster in hotelrestaurants. Ze vindt haar werk verschrikkelijk maar heeft geen keuze.

Cuba's schoonheidSantería tempelNadat we het fantastische uitzicht vanaf de Mirador de la Loma del Puerto op ons in hebben laten werken, rijden we Trinidad binnen en parkeren de auto op de keien van Calle Maceo. Ik wil de trap opgaan die naar het Museo Romántico voert, maar Diana zegt me dat zij niet met me mee mag gaan omdat ze een Cubaanse is. Ze zal worden teruggestuurd door de politieagent die halverwege de trap staat. Ik besluit om deze belachelijke regel eens op de proef te stellen en kan haar overtuigen om met me mee te gaan. Ik sta versteld als zijzelf de agent weet om te praten en de man achterlaat met een blik op zijn gezicht die zoiets zegt als 'Ik weet ook wel dat het nergens op slaat, maar ja, ik doe ook maar wat de regels zeggen'.

De rest van de ochtend en een deel van de middag zitten we in de schaduw en praten over allerlei dingen die ons te binnen schieten. Ik heb niet zoveel moeite om haar te begrijpen, maar om met haar te praten is nogal een opgave, omdat dat neerkomt op het weinige Spaans wat ik spreek. LP's Latin American Spanish phrasebook blijkt van onschatbare waarde.

Het is ongeveer twee uur 's middags en Diana moet naar haar school. Ik bied aan om met haar mee te lopen, maar daar bedankt ze voor. Ze legt uit dat, als haar klasgenoten mij met haar samen zien, ze ongetwijfeld zullen denken dat ze een jinetera is geworden...

Ivoren torenSoms is het de moeite waard om buiten de gebaande paden te gaan. Op weg terug naar Sancti Spíritus zie ik aan de linkerkant de wachttoren van Manaca Iznaga staan.Het beste huis van de buurt... In plaats van parkeren op de binnenplaats en vervolgens het woonhuis binnen te gaan besluit ik om de auto bij het treinstation achter te laten. Ik loop de hellende weg op en voor de hoofdingang ga ik rechts, waardoor ik in een deprimerende barrio beland. Afgaande op de omgeving en de staat waarin de woningen verkeren, moet ik concluderen dat de mensen die hier wonen niet echt bestaan (de Cubaanse regering stelt zich op het standpunt dat er geen arme mensen in Cuba zijn). Ik voel me te gegeneerd om foto's van de mensen te maken.

De jongen die aanbood om op mijn auto te letten wijst me de weg naar een andere hacienda, een stukje verder landinwaarts. Hij laat me de omgeving zien en stelt me voor aan een meisje dat op de veranda zit. Ze is landbouwkundig ingenieur. De jongen en ik lopen de tuin in en hij vraagt me of ik haar aardig vind. In alle eerlijkheid zeg ik dat ze er heel leuk uitziet, waarop hij zegt dat ik haar kan hebben. Dat wordt een beetje vervelend als je daar niet op uit bent en als het de honderdduizendste keer is als je zo'n aanbod krijgt, dus zeg ik hem maar dat mijn vriendin thuis dat niet zo op prijs zou stellen.

Als alternatief bezoeken we het huis waar hij met zijn moeder en zus woont; zijn vader is een paar jaar geleden omgekomen bij een auto-ongeluk. In de achtertuin staat een varken in een hok van anderhalf bij anderhalf meter. Het wordt vetgemest om als Kerstmaal te kunnen dienen. Terwijl ik het varken aankijk wens ik het Feliz Navidad. Mijn gids heeft blijkbaar hetzelfde gevoel voor humor, want hij verrast me met een hi-five. Hij klimt in een palmboom om een paar kokosnoten te plukken. Een oom van hem, die meehelpt het huis te schilderen, kapt ze open met een machete. Zoals gewoonlijk is de kokosmelk heel verfrissend.

We brengen een bezoek aan de plaatselijke Santería tempel en mijn gids nodigt me uit om een ceremonie ter ere van Santa Barbara bij te wonen, die zal plaatsvinden op 17 december. We lopen verder, een veld met caña in. Ik heb al ervaren hoe een glas guarapo smaakt, maar hier leer ik nog een manier om het belangrijkste landbouwproduct van Cuba te consumeren. Als je het riet vierkant snijdt zodat de taaie bast eraf is, dan is het heel gemakkelijk om er een stuk af te bijten en erop te kauwen, zodat het zoete sap vrijkomt. Wat overblijft is een hoop vezels, die je uit moet spugen.

Het is donker wanneer ik Sancti Spíritus bereik. Dit en het gebrek aan verkeersborden is voldoende voor mij om de kruising met de circunvalación over het hoofd te zien. Tegen de tijd dat ik de Río Yayabo oversteek weet ik weer waar ik ben - voor een minuut of twee. Ik zal wel nooit weten welke weg ik nou precies afgelegd heb door de stad om weer bij Zaza uit te komen, maar ik ben ervan overtuigd dat ik erin geslaagd ben to boldly go where no man in a rental car has gone before.