Dag 8 - Zondag, 5 december 1999

Alleen dollars, s.v.p...Op naar Sancti Spíritus vandaag. Toen ik gisteren afscheid nam van Miguel en Marco boden ze aan om met me mee te gaan, daarbij vertellend dat ze wel bij iemand een plek konden regelen om te overnachten. En dus vertrekken we om 9 uur en volgen de Carretera Central. De weg zelf ligt er goed bij, maar het landschap is nogal eentonig; vlak, zoals het grootste deel van Nederland. Een aantal kilometers ten oosten van Sancti Spíritus sla ik linksaf en rij naar Hotel Zaza, waar ik geboekt heb. De weg naar het hotel wordt bewaakt, wat natuurlijk is om ongewenste Cubanen van het terrein te houden.

Casa de la TrovaZodra ik ingecheckt heb keer ik terug naar de auto om Miguel en Marco weg te brengen. Ik parkeer bij Parque Serafín Sánchez. Miguel stapt uit en loopt naar Hotel Plaza. Na een paar minuten komt hij terug en zegt dat hij het later nog eens moet proberen, omdat de vrouw die hij moet spreken op het moment niet aanwezig is. We gaan wat rondlopen in het kleurrijke centrum, dat in tegenstelling tot Camagüey een stratenplan heeft dat heel overzichtelijk is - bij daglicht...

Foto!Ik neem een foto in Av. Jesus Menéndez, waar een motor met een aanhangwagen voor me staat. De man die blijkbaar de eigenaar is loopt ernaartoe en gaat er heel demonstratief naast staan. Ik moet lachen en hij vertelt me - in het Duits - dat hij voor een periode van vier jaar in de voormalige DDR gewoond en gewerkt heeft, in de tijd van de Koude Oorlog.


Het is drie uur en we gaan terug naar het park. Miguel gaat weer bij Hotel Plaza naar binnen en als hij terugkomt vraagt hij me om tien dollar voor de hotelkamer. Pardon? Mijn antwoord in de paar woorden Spaans die ik ken moet iets uitdrukken als 'Het feit dat ik jullie meeneem als je jezelf uitnodigt houdt niet in dat ik ineens alles voor jullie ga betalen, makker. En bovendien, jullie zeiden dat je in een casa particular zou overnachten.' Ze begrijpen me zonder problemen - boosheid is overal op de wereld hetzelfde. Als ze uitstappen geef ik hun nog wel de tien dollar, al was het alleen maar dat ze toch ergens moeten overnachten.

Na het diner - mijn eerste in een hotelrestaurant in Cuba - ga ik naar buiten voor een wandeling. Het is warm; ik schat dat het ongeveer 20 graden is. De hemel is helder en vol sterren, en op het warme asfalt van de parkeerplaats jagen vogeltjes op insecten. Ik hoor eenden snateren aan de oever van het Embalse Zaza en het geluid van honderden, misschien wel duizenden krekels zou niet misstaan in een filmscène van het type warme-zomeravond. Maar wacht eens...ik krijg de indruk dat er beestjes wegschieten over het asfalt zodra ik me beweeg... Mijn avond kan niet meer kapot als ik in het licht van een van de weinige straatlantaarns zie dat ik omgeven ben door tientallen kakkerlakken van drie centimeter groot.