Dag 7 - Zaterdag, 4 december 1999

Ik voel me al een stuk beter en eet wat brood en veel fruit als ontbijt. Wanneer ik het hotel verlaat om even te bellen zie ik een Bi-Ci taxichauffeur naar me toe komen vanaf de overkant van de straat. De dollar-verslindende blauwe ETECSA telefoon biedt me een directe lijn naar Nederland en als ik de hoorn neerleg doe ik net alsof ik het hele stuk naar het centrum wil gaan lopen. De taxichauffeur wil me daarnaartoe brengen voor twee dollar. Ik weet uit mijn Lonely Planet wat de afstand is en vind het wel een redelijke prijs. Deze taxi is uitgerust met een autoradio en luidsprekers. Salsamuziek langs de Carretera Central.

Bij de Banco de Crédito y Comercio kan ik mijn reischeque zonder problemen wisselen, maar het is moeilijker om van daaruit República - de hoofdstraat - te vinden, vanwege het verwarrende stratenplan in het centrum van Camagüey. Mijn zoektocht naar gedichten van Martí eindigt in succes, want het lukt me om een exemplaar van Poesía Completa te bemachtigen bij Librería Viet-Nam aan República.

Cubaanse inventiviteitMiguel nodigt me uit om een casa particular te gaan bekijken. Ik heb hem een paar minuten geleden ontmoet en hoewel ik wel doorheb dat hij een scharrelaar is die probeert om mij over te halen om daar te blijven, ben ik toch nieuwsgierig hoe die kamer eruitziet. Een meisje met opmerkelijke groene ogen leidt mij rond en de kamer is inderdaad erg aardig en schoon, met een tweepersoonsbed, een aparte douche en elke andere dienst beschikbaar. Wanneer we teruglopen naar República vertelt Miguel me dat Nederlandse jongens de voorkeur geven aan mulatto meisjes, omdat die muy caliente zijn. Nou, nou...

Marco, Miguel's kameraad, loopt met ons mee als we naar de markt op de westelijke oever van de Río Hatibonico gaan. De kramen zijn volgepakt met fruit zoals bananen, sinaasappels, ananassen, frutas bombas en nog veel meer.Duister spelTamale Op de weg terug lopen we langs een serie bezienswaardigheden in de stad. Het is echt verbazingwekkend hoe verwarrend de straten zijn! We laten het fruit achter in de kleine flat waar Marco met zijn ouders woont en lopen door naar El Ferro, een peso-bar in de buurt van het spoorwegstation. Er zijn wat mannen aan het biljarten, wat nog best een uitdaging is gezien het feit dat het enige licht in de bar het daglicht is dat door de ramen schijnt. We drinken wat biertjes en ik praat een tijdje met een man die tamale verkoopt. Zijn ouders zijn afkomstig van Jamaica, wat verklaart waarom hij heel redelijk Engels spreekt. Hoewel ik al wel wat Spaans oppik en mijn best doe om Cubanen daarmee lastig te vallen, is het voor mij op dit moment nog een wens om vloeiend Spaans te spreken.

Zijn mooiste moment #2. Ik sta op het punt om het hotel binnen te gaan als een jochie van zeven of acht jaar op me afkomt en me vraagt om een bolí. Tot nu toe heb ik ervaren dat kinderen die pennen of andere dingen willen hebben, beginnen met je te vragen waar je vandaan komt, hoe lang je al in Cuba bent, of je het een mooi land vindt enzovoorts. Ze gaan je snel vervelen en jij blijft achter met het gevoel dat de enige reden waarom je naar Cuba bent gekomen, is om het gebrek aan goederen voor de bevolking goed te komen maken. Dit jochie zegt alleen dat hij graag een pen voor school zou willen hebben. Ik vraag hem waarom en ik begrijp uit zijn verhaal dat het simpelweg een probleem is om de verrekte dingen te krijgen. De blik in zijn ogen is anders dan van de andere kinderen die ik heb gezien en omdat ik niet onvoorbereid op reis ben gegaan haal ik een pen uit mijn rugzak en geef die aan hem. Ik ben werkelijk verbaasd als hij een munt van één peso uit zijn broekzak haalt en die aan mij geeft. Dit ventje is één van de mensen die het meest indruk op mij gemaakt hebben tijdens mijn verblijf op Cuba. Hij is nog zo jong maar heeft al heel goed door dat het van twee kanten moet komen als je iets wilt hebben. Ja, ik zou je iets kunnen geven wat jij wilt hebben, maar wat krijg ik dan van jou? Wat schiet ik er mee op? Het gaat er niet om dat je iets van gelijke waarde terug moet geven. Het gaat erom dat je bereid bent om iets terug te doen.