Dag 5 - Donderdag, 2 december 1999

Sonia geeft Ricardo en mij een uitstekende kop café cubano. Als ik hen vraag naar het voedseldistributiestelsel verneem ik dat dat al van kracht is sinds de revolutie. Veertig jaar is gigantisch veel vergeleken met de vijf jaar dat het voedsel in Nederland op de bon was na de Tweede Wereldoorlog... Neem me niet kwalijk, maar er is in Cuba toch geen oorlog aan de gang? Sonia en Ricardo hebben 'recht' op

- 5 pond rijst per persoon per maand - 5 ons bonen per persoon per maand - 6 ons suiker per persoon per maand - 2 ons gemalen koffie per persoon per week - tandpasta en soep iedere drie maanden overeenkomstig de gezinssamenstelling
Het voedsel is voldoende voor ruwweg een halve maand...

Ze vertellen me dat een kennis van hen vannacht overleden is. Hij is gestorven aan gangreen, veroorzaakt door niet-behandelde suikerziekte. Ik kan gewoon niet geloven wat ze zeggen. Als ik naar een dokter ga en de diagnose luidt suikerziekte, dan zit ik voor de rest van mijn leven vast aan insuline-injecties en ik zal moeten opletten wat ik eet, maar dat zou het dan ook zo'n beetje zijn. Ik zal van ouderdom overlijden, of misschien in een auto-ongeluk, maar niet ten gevolge van suikerziekte. Uitgesloten. Ricardo legt me uit hoe ik de gezondheidszorg voor gewone Cubanen moet interpreteren: ja, er zijn genoeg hoogopgeleide dokters voorhanden...er zijn simpelweg niet genoeg medicijnen beschikbaar.

Beny Moré, Sonero Mayor. Het is ons gelukt om het meisje dat cassettebandjes verkoopt te vinden; twee trappen op in de Casa de la Trova. Volumes VII en IX zijn op dit moment te koop. Vervolgens gaan we op zoek naar een boek met gedichten van Jose Martí. We proberen de dollar-winkel aan de overkant van het park, maar dat is geen succes. Ricardo vertelt me, dat als het bekend wordt dat ergens gedichten van Martí te koop zijn, dat de winkel dan in no time uitverkocht zal zijn. Een verkoper vertelt me dat hij zeven talen spreekt en ik moet zeggen dat het heel grappig is als je in Cuba iemand Tot ziens wenst, dat hij dan antwoordt met Doeg!

Cubanen fluiten veel, bijvoorbeeld als ze ander verkeer willen waarschuwen voor mogelijk gevaarlijke situaties. Een bouwvakker die hoog op een steiger zit, fluit tweemaal. Ricardo moet lachen als ik het gefluit in verband breng met het feit dat er een politieagent een paar meter achter ons loopt en dat er waarschijnlijk illegale geldwisselaars in de buurt zijn.

Chevy bij de Mirador El MayabeSonia begint te dansen en Ricardo gaat helemaal uit zijn dak als we de bandjes van Beny Moré draaien. Er zit iets pakkends in deze muziek en eigenlijk in elke soort muziek uit Cuba. Gloria zei het al, 'the rhythm is gonna get you'... We eten een pizza en 's middags gaan Ricardo en ik op weg naar de Mirador El Mayabe. Het uitzicht op Holguín vanaf hier is mooi. Alleen jammer dat een beginnend kapitalistje met een zonnebril op mij een dollar rekent omdat ik geparkeerd sta op een parkeerplaats die voor de rest leeg is.

Rondlopend zie ik op een gegeven moment mieren die grote stukken boomblad naar hun nest dragen. In een nogal filosofische bui komen we tot de conclusie dat de mierenmaatschappij waarschijnlijk de enige is waar het socialisme volledig ingevoerd en succesvol is. Ricardo legt me uit dat guajiros, als ze zien dat een boom belaagd wordt door dit soort mieren, hun uiterste best zullen doen om de mieren om zeep te helpen, anders is de boom ten dode opgeschreven. Socialismo o muerte.