Dag 4 - Woensdag, 1 december 1999

Gisteren werd ik wakker van het lawaai van tientallen vogels in de achtertuin van Pernik. Vandaag is het een regenbui om zes uur. Zelfs nadat de bui over is blijft de hemel bewolkt. Ik eet een licht ontbijt en loop vervolgens naar de receptie om te proberen een reischeque in te wisselen. Gewoon voor de lol, eens zien hoe lang het duurt. Terwijl ik wacht op het geld komt een prachtig meisje binnen, gevolgd door een fotograaf. Ze draagt iets wat lijkt op een rose bruidsjurk. In eerste instantie denk ik dat ze blijkbaar de lobby van Pernik uitgekozen hebben voor een bruidsreportage. Maar waar is de bruidegom gebleven? Het meisje begint op tafels en banken te klimmen voor de foto en ik herinner me vaag iets over een gebruik als Cubaanse meisjes 15 worden. Dit zou wel eens zoiets kunnen zijn...

Eén PKIk rij voorbij de universiteit van Holguín op weg naar Guardalavaca. Het leek me wel een goed idee om dit stukje Cuba dat vergeven is van de toeristen te vergelijken met Playa Caletones, maar ik verander van gedachten. Per slot van rekening weet ik eigenlijk al wat ik kan verwachten en bovendien zal ik over twee weken in Varadero - iets dergelijks - zijn. Ik keer terug naar Holguín en stop om wat mensen in te laten stappen die hacen la botella. Eén van hen vindt een pet naast de voorstoel. Het is Ricardo's pet en ik besluit deze meteen naar hem terug te brengen.

Eén straat voorbij het busstation moet ik schuilen voor een stortbui. Een man spreekt me aan. Ja, ik reis in mijn eentje door Cuba. Kijk eens aan, je hebt een casa particular in de aanbieding. Interessant, dank je, maar ik heb een kamer in Pernik. Nee, bedankt, geen sigaren. Ook geen chica bonita. Ja, ik weet dat ze muy bonita zijn. Pardon? Het maakt hun niet uit hoe ik eruitzie? Aha. Nou, bedankt hè...

Ricardo is niet echt verbaasd als hij me ziet verschijnen, omdat hij al zo z'n bedenkingen had wat betreft mijn plan om naar Guardalavaca te gaan toen hij zag wat voor weer het vanmorgen was. Hij kan het overigens wel waarderen als ik hem zijn pet teruggeef. We praten over gebruiken en tradities in Cuba, de Spaanse taal, religie, politiek, muziek. De manier waarop Ricardo een babalao uitbeeldt die een Santería ceremonie opvoert is erg overtuigend en heel erg grappig. Afgaande op wat hij me vertelt krijg ik de indruk dat katholieken in Cuba de Afro-Cubaanse religies wel respecteren maar er liever niets mee te maken willen hebben.

MeterkastDe tijd vliegt. Ik verneem dat Beny Moré Ricardo's favoriete Cubaanse musicus aller tijden is. El Bárbaro del Ritmo moet nogal een energieke artiest geweest zijn, gezegend met een uitstekende zangstem. Ik moet toegeven dat ik nog nooit van de man gehoord heb en dus stelt Ricardo voor dat we op stap gaan om wat cassettebandjes proberen te vinden. We vragen rond bij mensen en gaan rond Parque Calixto García peso-winkel in, peso-winkel uit en dollar-winkel in, dollar-winkel uit. Na een half uur horen we dat er voor de Casa de la Trova een meisje moet zitten dat cassettebandjes verkoopt. Helaas zit ze daar niet, maar morgen zal ze er wel zijn.

We keren terug naar huis en Sonia en Ricardo nodigen me uit voor het avondeten, wat ik graag accepteer. Ricardo gaat tamale kopen. Later op die avond beleef ik één van mijn mooiste momenten in Cuba als ik Ricardo en Sonia zie dansen op een bolero son in een bijna surrealistisch decor van de woonkamer met versleten meubilair, scheuren in de muren en verbleekte verf op het houtwerk, in het licht van een gloeilamp en een TL buis.