Dag 3 - Dinsdag, 30 november 1999

Autorijden in Cuba is echt niet moeilijk zodra je doorkrijgt hoe het moet. Hier in Nederland is de weg altijd perfect in orde, maar je moet uitkijken voor onverwachte bewegingen van je medeweggebruikers. In de steden op Cuba kan je gerust aannemen dat de mensen zich zullen houden aan de verkeersregels, al was het alleen maar uit lijfsbehoud; het is juist de weg die je niet kan vertrouwen.

Ik rij midden door het centrum van Holguín op weg naar het huis van Ricardo en Sonia. Ik ben omgeven door fietsers, motorrijders, Bi-Ci taxi's en paard-en-wagens. Toch is er geen vuiltje aan de lucht; iedereen rijdt heel voorzichtig. Het enige probleem waar ik tegenaan loop is: waar ben ik nou in godsnaam...? Door het eenrichtingsverkeer word ik een richting in gestuuurd die ik helemaal niet in wil gaan. Gelukkig heb ik mijn Lonely Planet met het onschatbare kaartje van Holguín bij de hand.

De weg wordt slechter en slechter naarmate we dichter in de buurt van het plaatsje Gibara komen. Ik begin me af te vragen of ik ooit nog de huurauto als één geheel weer in kan leveren bij het verhuurbedrijf. Elke donkere vlek op het wegdek moet je zien als mogelijk gevaar; misschien is het maar een stukje asfalt met een andere kleur, maar het kan net zo goed een gat in de weg zijn van een halve meter breed en 30 centimeter diep. Je leert heel snel waarom het geen goed idee is om auto's in te gaan halen die plotseling vaart verminderen. Helemaal geen goed idee.

Bahía de GibaraVoormalige zetel van de Spaanse gouverneur in CubaWe lopen heuvelop naar El Cuartelón in Gibara en zien in de verte de berg in de vorm van een zadel, die Columbus in zijn dagboek vermeldt. Naar verondersteld wordt is Bahía de Gibara de plaats waar hij voet aan wal zette nadat hij de baai waar hij in eerste instantie voor anker ging verlaten had. Die baai ligt een paar kilometer naar het oosten. Het schijnt zo te zijn dat de Indiaanse stam door wie hij ontvangen werd, honden hield die niet konden blaffen. Toevallig ziet Ricardo een soortgelijke hond op de stoep van een huis staan. Een rare hond, met glad haar, grote oren en bijna onzichtbare ogen. Hij zou niet misstaan in een aflevering van Star Trek. Als we verder lopen komt een andere hond van dezelfde soort op ons af rennen. Luid blaffend.

Casa ColonialVoertuig van een 'nuevo taycuna'Het Museo de Historia Natural beschikt over een behoorlijk uitgebreide en volledige verzameling van inheemse dieren. Om eerlijk te zijn had ik zo'n museum niet verwacht in een kleine plaats als Gibara, maar het is zeker een bezoek waard. De gids in het museum glimlacht als ik haar een briefje van 100 gulden laat zien terwijl ik voor een opgezette watersnip sta.

Guarapo in de maakCienfuegos, Che's wapenbroederGarnalen, vis, moros y cristianos, chicharita en stukjes avocado. Samen met een fles Mayabe bier vormt dit een heerlijke maaltijd. Als ik zo terugkijk dan is het het beste eten dat ik in Cuba heb gehad. Ricardo en ik verlaten de paladar en rijden naar Playa Caletones. In tegenstelling tot het dichtbijzijnde Guardalavaca, dat verboden gebied is voor Cubanen die daar niets te zoeken hebben, is Caletones een plek waar gewone Cubanen een vakantie aan het strand doorbrengen.

Playa CaletonesCaleta boomDe weg ernaartoe is...nou, hij begint in Gibara als een asfaltweg met wat gaten erin. De gaten worden groter en het begint meer op een asfaltweg met stukken zand te lijken. Nog wat verder kan je de weg het best beschrijven als een zandweg met stukken asfalt erin. Tegen de tijd dat je in Caletones aankomt rij je op een 100% zandweg. Maar wel nog steeds met gaten erin. Playa Caletones is een soort dorp. Er staan huizen, een ziekenboeg en zelfs een lagere school. Een soort ondergelopen grot wordt gebruikt als een natuurlijk zwembad. Ricardo wijst me een huis aan waar de Meest Waardevolle Arbeider en zijn of haar gezin als beloning een vakantie mogen doorbrengen.

Het wordt al laat en we gaan daarom terug. We doen er weer 50 minuten over om de 16 kilometer naar Gibara af te leggen. We halen Sonia op om naar Holguín terug te gaan en Ricardo vraagt me of het goed is als nog twee vrouwen met ons meerijden. Natuurlijk, we gaan toch die kant op. Waarom vraag je dat eigenlijk?