Dag 1 - Zondag, 28 november 1999

Daar ben ik dan. Het is een paar minuten voor vier in de middag en vlucht MP627 is net geland op vliegveld Frank País in Holguín. Ik voel de warme, vochtige lucht en het is me duidelijk waarom het land er zo weelderig groen uitziet vanuit de lucht. Overal staan palmbomen en ik voel dat ik bevangen wordt door het vakantiegevoel...

Bij het luchthavengebouw staan mensen te zwaaien naar vrienden of kennissen die ook uit het vliegtuig zijn gekomen. Na een verrassend korte wandeling ga ik in de rij staan om mijn pas en visum te laten controleren. De vliegtuigbemanning van Martinair is ook meegekomen en zij mogen vóór de andere passagiers gaan staan. Na een paar minuten wachten ben ik aan de beurt. Ik heb mijn huiswerk gedaan, dus ik heb mijn toeristenkaart ingevuld zoals dat zou moeten. Toch vraagt de ambtenaar van de immigratiedienst expliciet om de naam van het hotel waar ik naartoe op weg ben en hij schrijft die op mijn kaart.

Een groene Mitsubishi Lancer wordt mijn coche in Cuba. Hij ziet er nog best redelijk uit, als je bedenkt dat hij toeristen zoals ik al over meer dan 145.000 kilometer heeft vervoerd. De deuken en krassen worden correct aangegeven op het huurcontract zonder dat ik ze aan moet wijzen. Netjes. Als jullie eerlijk spelen, dan doe ik dat ook.

Overlevingsregel nummer 1 voor automobilisten: Zorg ervoor dat je niet in het donker hoeft te rijden in Cuba, als het kan. Het is ongeveer vijf uur en over een kwartier zal het donker zijn, dus ik besluit om naar Holguín te gaan, zo'n twaalf kilometer rijden vanaf het vliegveld. Eén van de medewerkers van het Transautos verhuurbedrijf heeft me een schetsje meegegeven met daarop aanwijzingen hoe ik naar Hotel Pernik moet rijden, en dit kaartje blijkt aardig van pas te komen in de schemering. Waar zijn alle verkeersborden gebleven? En waarom wordt er niets aan die gaten in de weg gedaan?

Langs de gehele weg naar Holguín staan mensen te liften. Ik zal wel nooit weten wat ze nou precies zeggen als ze mij voorbij zien rijden in een auto die verder leeg is, maar op dit moment wil ik alleen maar zo snel mogelijk naar het hotel en slapen. Mag ik effe, ik heb zojuist tien en een half uur in een economy class vliegtuigstoel gezeten :)

Kamer in PernikDe parkeerplaats bij Pernik lijkt me veilig genoeg om de auto neer te zetten en ik loop naar binnen. De lucht op deze zondagavond is zo vochtig dat het hout van de receptiebalie plakkerig aanvoelt. Het meisje achter de balie neemt vijf hotel vouchers van mij aan; ik ben van plan om tot vrijdag in Holguín te blijven. Als ik mijn hotelkamer binnenga trap ik onbedoeld op een cucaracha . Een vriendje van hem verstopt zich onder de toiletbril en ik krijg hem niet zover dat hij zijn eerste zwemles neemt. Toch is het geen beroerde kamer. De douche geeft warm water en de lakens en handdoeken zijn schoon. Wat heb ik nog meer nodig?